Paddenstoelen
Op de eikels
Vogels
Zoogdieren
Dood eikenhout
Vlinders
Ongewervelden, waaronder veel insectensoorten
Eikelboorders boren met hun superlange snuit een gaatje in een onrijpe eikel en leggen er enkele eitjes in. De larve knabbelt de eikel van binnen leeg , boort zich in de herfst een gat naar buiten en graaft zich onder de grond om te verpoppen. Pas in de voorzomer komt de kever uit.
De bosuil vertoeft graag in zomereiken om er overdag dicht bij de stam te rusten en na zonsondergang vanuit de boom te jagen op prooien. Ze broeden er graag in oude boomholtes.
Koolmezen speuren zomereiken ijverig af naar allerlei insecten. Vooral de rupsen zijn gegeerd. Verder staan ook ongewervelden zoals spinnen, duizendpoten, pissebedden op het menu. Ze zoeken er ook naar bestaande holtes om hun nest in te bouwen
Grote bonte spechten zoeken hun voedsel vooral op de stam en de dikkere zijtakken van zomereiken. De kleine bonte specht verblijft graag hoog in de boom, tussen de fijnere takken van de kroon. Daar laat de vogel in de lente zijn eentonige, schelle roep horen:"kie-kie-kie-kie".
De gaai smult in het najaar van vruchten en rijpe eikels, en verstopt die ook als wintervoorraad. Van maart tot september staat vooral dierlijk voedsel op het menu: allerlei kriebeldiertjes maar ook eitjes en vogeljongen. Ze bouwen hun komvormig nest hoog in de dichte bladerkroon van zomereiken.
Eekhoorntjesbrood is een grote, zware boleet of buisjeszwam die, net als de vliegenzwam, in symbiose leeft met de wortels van zomereik. Hun zwamdraden vergroeien met de boomwortels, waardoor ze vlot wederzijds voedingsstoffen en vocht uitwisselen.
Vliegenzwammen vormen ‘mycorrhiza’: schimmeldraden die zich nauw met boomwortels verweven en wederzijds voedingsstoffen en vocht uitwisselen. De paddenstoel neemt suikers op uit de boom, de boom neemt veel beter water en mineralen op via het schimmelnetwerk. Ook andere soorten paddenstoelen werken samen met de boomwortels.
Sommige soorten vleermuizen zoeken oudere eikenbossen op om er overdag te schuilen in holtes of achter loshangende schors. Oude spechtenholtes kunnen een kraamkolonie herbergen met soms tientallen vleermuizen en hun jongen.
Eikelmuizen zijn alleseters: zowel eikels, allerlei vruchten en noten, maar ook insecten, spinnen, zelfs vogeljongen. Ze zoeken dan ook zomereiken grondig af tijdens hun voedselzoektocht. In de holtes van oude eiken bouwen ze een warm nest waarin ze tot 6 maanden kunnen overwinteren.
Bosmuizen zijn iets groter dan huismuizen, hun warmbruin bovenlijf contrasteert met het witte onderlijf. Nabij zomereiken smullen ze van de eikels. Hun nestje bouwen ze in boomholtes of in holtes tussen de boomwortels.
Voor eekhoorns zijn eikels van de zomereik basisvoedsel, dat ze ook verstoppen als wintervoorraad. Ze bouwen hun nest hoog tussen de boomtakken, waar roofdieren moeilijk geraken. Je herkent het nest aan de vele twijgen mét blaadjes, in tegenstelling tot de bladloze vogelnesten.
De eikenspintkever boort zich een gang tot in de bastlaag van verzwakte of oudere eiken en legt er zijn eitjes. De larven vreten nieuwe gangen, haaks op de ‘moedergang’. Dat kan de sapstroom blokkeren en tot afsterven leiden.
De larven van de wespenboktor leven 1 tot 2 jaar in dood of verzwakt eikenhout en vreten er gangetjes. Volwassen boktorren voeden zich met nectar en stuifmeel. Hun gelijkenis met wespen, beschermt hen tegen predatie.
De duizendpoot is geen afvaleter maar een rovertje. Dit levendig diertje jaagt onder dood hout en tussen bladafval op allerlei insecten, spinnetjes en andere kriebelbeestjes. Onze meest voorkomende duizendpoot soort telt in werkelijkheid … 30 poten.
Pissebedden gebruiken dood eikenhout en bladstrooisel als schuilplek én als voedselbron: ze verstoppen zich in de vochtige bodem onder het hout en eten rottende bladeren en allerlei dood plantenmateriaal.
De eikenbladroller is een lichtgroene micro-nachtvlinder die haar eitjes legt op eikenbladeren. De rupsen kunnen schade veroorzaken aan eikenbossen omdat ze vanaf april de jonge uitlopers van de eik opvreten. Ze verpoppen goed verstopt in een opgerold blad, vandaar de naam.
De ‘late eikenmineermot’ is een algemene nachtvlinder die haar eitjes legt op jonge blaadjes van de zomereik. De piepkleine rupsen voeden zich door ‘mijngangen’ te vreten binnen in het eikenblad. Zo ontstaan er kronkelende gangetjes in het blad.
De eikenvoorjaarsuil is een zeldzame nachtvlinder die voorkomt in domein Palingbeek. De vlinder legt eitjes op de blaadjes van de zomereik, meteen het uitverkoren voedsel voor de rupsen. De vlinders vliegen vroeg in het voorjaar en zoeken nectar op wilgenkatjes en sleedoornbloesems.
De eikenpage is een dagvlinder die haar eitjes hoog in de zomereik legt op blaadjes en in oksels van de twijgjes. De rupsen voeden zich in het voorjaar met jonge eikenblaadjes die makkelijk te verteren zijn. De volwassen vlinder laaft zich aan de honingdauw die bladluizen produceren.
De larven van de meikever, de ‘engerlingen’, leven 3 tot 4 jaar ondergronds. Ze voeden zich met wortels, onder meer van zomereiken. De grote volwassen kevers verschijnen in mei en eten graag de blaadjes van zomereik.
Naaktslakken leven vooral op jonge eikenblaadjes die ze raspen en opeten. Ze verschuilen zich graag tussen diepe schorsspleten, tussen de wortels en in dood hout.
Huisjesslakken eten liever schimmels en rottende plantenresten. Ook zij schuilen achter loshangende schors of in de barsten van dood hout.
Bladluizen leven in groepen op blaadjes, knoppen en groene twijgen van de zomereik en zuigen er de voedselrijke sappen op. Er komen diverse soorten gespecialiseerde bladluizen voor. Andere soorten leven op andere boomsoorten. Normaal blijft het aantal bladluizen beperkt doordat nogal wat predatoren ze opeten.
Zwarte wegmieren bouwen hun nest in de grond, onder een steen of een stuk hout. Ze beklimmen de zomereik op zoek naar bladluizen, die ze verzorgen en beschermen tegen roofkevers. Als tegenprestatie mogen ze de bladluizen ‘melken’ (masseren), waarop de luizen suikerrijke ‘honingdauw’ afscheiden, die de mieren oplikken.